
Niet misselijk, wel gemotiveerd: kinderen laten zich makkelijk onderdompelen in VR-omgeving
Virtual reality wordt steeds vaker onderzocht en toegepast in therapeutische setting. Veel onderzoek naar die effectiviteit wordt vooral nog gedaan bij volwassenen, terwijl ook kinderen er baat bij kunnen hebben. Daarom onderzocht promovendus Nina Krupljanin hoe zij VR ervaren.
Je hardnekkige hoogtevrees overwinnen zonder ooit een wolkenkrabber op te klimmen? Of van je hondenfobie afkomen zonder dat je zo’n harige viervoeter hoeft te aaien? Naar de verhalen van lotgenoten luisteren zonder dat jij jouw verhaal moet delen? Het kan met therapeutische VR-interventies, waarmee je je onderdompelt in een virtuele wereld om te oefenen met nieuwe situaties.

Snelle hartslag
Nina Krupljanin doet bij het Instituut Pedagogische Wetenschappen promotieonderzoek naar de effectiviteit van immersive virtual reality-interventies, waarbij de gebruiker met zich met een VR-bril in een nieuwe wereld begeeft. ‘We zien dat ook die virtuele omgevingen echte emoties kunnen triggeren en mensen bijvoorbeeld daadwerkelijk een versnelde hartslag krijgen, ook al weten ze rationeel dat ze niet echt daar zijn.’ Op deze manier kunnen mensen stap voor stap oefenen met het aangaan van lastige emoties, en zo de drempel voor de ‘echte’ situatie verlagen.
VR voor kinderen
De therapeutische toepassingen van VR worden de laatste jaren volop bestudeerd en hebben veel potentie, ziet Krupljanin. ‘Maar veel onderzoeken naar de bruikbaarheid van VR zijn gedaan bij volwassenen en is er nog niet zo veel bekend over hoe kinderen VR ervaren. Het doel van mijn onderzoek is een VR interventie voor kinderen en jongeren te ontwikkelen, daarom wilde ik eerst onderzoeken hoe deze doelgroep het gebruik van zo’n VR-bril ervaart.’ In de eerste studie testte ze samen met collega’s het gebruik van een VR-bril bij 85 jongeren tussen de 8 en 17 jaar. ‘Soms ervaren volwassenen nog weleens symptomen als duizeligheid en hoofdpijn. We keken naar welke symptomen de kinderen voor en na de VR ervaarden, hoe gemotiveerd ze waren, maar ook hoe ze de bril op hun hoofd vonden zitten en of ze zich echt aanwezig voelden in die andere wereld. Dit zijn belangrijke voorwaarden voor een effectieve VR interventie.’
Positieve ervaring
De jongeren kregen een voor- en nameting, en deden tussendoor de VR-bril op. Daar kwamen ze in een cartoonachtige omgeving terecht en hoorden ze bijvoorbeeld een geluidje rechts. ‘We wilden zien of ze dan ook echt naar rechts kijken, oftewel: snappen ze wat ze moeten doen?’ Na analyse van de resultaten bleek dat de kinderen weinig tot geen symptomen rapporteerden, zowel voor als na de taak. Ze snapten goed wat ze moesten doen, en vonden ze ook de VR-bril comfortabel. Ook was het ‘maar’ een cartoonachtige omgeving, rapporteerden ze dat het voelde alsof ze er echt aanwezig waren.
Digitaal vaardig
Een verklaring zou kunnen zijn dat kinderen vaardiger zijn met digitale media dan volwassenen en zich makkelijker kunnen overgeven aan zulke omgevingen. ‘Ze stellen minder vragen en komen er sneller zelf uit door gewoon te proberen. Het helpt daarmee dat ze zijn opgegroeid met digitale media. Daardoor zijn ze over het algemeen nieuwsgieriger en minder bang om foutjes te maken.’ Ook belangrijk te vermelden: alle kinderen in het onderzoek waren erg gemotiveerd om de taak te doen. ‘Dat is een belangrijke factor, want motivatie vergroot de kans op een succesvolle behandeling.’

VR voor zelfcompassie na trauma
Krupljanin doet promotieonderzoek naar een zelfontwikkelde kortdurende VR-interventie die gericht is op het verminderen van traumagerelateerde schaamtegevoelens: ScHaamte IntErventie-Virtual Reality (SHINE-VR).
‘Voor SHINE-VR hebben we een virtuele wereld gecreëerd, waar deelnemers leren over schaamtegevoelens en zelfcompassie en hoe ze deze nieuwe kennis kunnen toepassen. Ze ontmoeten virtuele leeftijdsgenoten, die ook een interpersoonlijk trauma hebben meegemaakt en gaan in gesprek over onderwerpen rond traumagerelateerde schaamtegevoelens. Dit geeft hun een gevoel van begrip en verbondenheid, waardoor ze merken dat ze niet alleen zijn met deze moeilijke gedachten en gevoelens. In een andere setting leren de participanten over zelfcompassie en passen deze kennis toe door bemoedigende woorden naar zich zelf uit te spreken.’